Welkom bij Zeilplan
De site van en voor zeilers
Zeilplan.net is een digitale zeilkroeg, bedoeld om zeilers met elkaar in contact te brengen en kennis en informatie uit te wisselen. Je kunt veel (en steeds meer) informatie vinden in de artikelen die ik heb opgenomen op de site. Als je zelf een dergelijke bijdrage wilt schrijven, dan nodig ik je van harte uit om dit te doen en deze mij te mailen. Het is immers een site van en voor zeilers.
Op dit moment staan artikelen over zeilen en zeilmaken, platbodems, bekende ontwerpers, beroemde/opmerkelijke schepen en onderhoud (osmose) op de planning. Weet je hier meer over en vind je het leuk om hier aan bij te dragen, laat dan vooral iets van je horen!
Verder is het een site om zeilers met elkaar in contact te brengen en zo informatie en ervaringen uit te wisselen. Hiervoor is met name het message board (voorheen gastenboek) en het forum uitermate geschikt. Een eigen chat ruimte ligt nog in de planning, voorlopig delen we die met de MSN Community Zeilen. Dankzij de goede samenwerking met de beheerders van die site mogen wij ook gebruik maken van hun chat. Al deze interactieve items zijn te vinden in de Zeilplan Club.
Zeilplan is een site van en voor zeilers. Zelf ben ik al jaren veel met zeilen bezig. Afgelopen jaren heb ik op diverse zeilscholen les gegeven en aan diverse wedstrijden deel genomen.
Met deze site wil ik zeilers de mogelijkheid bieden met elkaar in contact te komen en kennis en passie te delen.
Jan-Jasper van der Linde
qics
Zeilplan:
Een zeilplan is een van de essentiele ontwerptekeningen van een zeilboot. Na het lijnenplan, dat de vorm van de romp vastlegt is het zeilplan de belangrijkste ontwerptekening. Verder heb je nog o.a. de indelingstekening en de constructietekening.
In het zeilplan wordt de vorm van de tuigage vastgelegd. Grofweg houdt dit in: het aantal masten, plaats van de mast(en), lengte van de mast(en) en maten van de zeilen.
Verder is Zeilplan natuurlijk de virtuele ontmoetingsplaats voor zeilers op het internet. Een plek waar zeilers informatie, kennis en ervaring vinden en uitwisselen.
Deze site gaat over:
zeilen, zeil, zeilschool, zeilscholen, zeilles, zeilwedstrijden, skutsjesilen, sneekweek, zeilboot, zeilboten, cwo, knwv, valk, laser, sks, ifks, watersport, boten, boot, schip, schepen, ulepanne, rzv, zeilplan, bpr, zeilsport, wedstrijdzeilen, Friesland, zeilers, ORC, IMS, SW, platbodems, vaarbewijs, maxi, fox, marieholm, efsix, javelin, randmeer, hoora, bootverhuur, regatta, zeilclubs, ims, irm, irc, crc, meetbrieven, zeilnieuws, wedstrijdformulier, protest, zeilmakers, racejacht, carbon , kevlar, aramide, spectra, navigatie, zeezeilen, zeiljacht, zeilschepen, zeilschip, botenbank, zeilkrant, catamaran, eenheidklasse, america's cup, louis vuitton cup, max fun, max fun 25, o-jol, spanker, schakel, top, breehorn, stadt, van de stadt
Tuigages
tuigages met een mast
Cattuig
Een schip met een mast met daaraan slechts een (groot)zeil heet cat getuigd. De mast staat relatief ver naar voren. Dit tuig komt vooral voor op kleine eenmans zwaardboten zoals je Laser, Europe en Finn. Vaak is hierbij sprake van een niet verstaagde mast. Een cattuig met een verstaagde mast komt voor op boten als de Solo en de O-jol.
Sloeptuig
Sloepgetuigde schepen hebben een mast waaraan een grootzeil en een voorzeil hangt. De mast is bijna altijd verstaagd. Dit type tuig komt het meest voor. Bijna alle open meermansboten en veel kajuitjachten zijn hiermee uitgerust.
Kottertuig
Heeft een boot met een mast naast een grootzeil niet, zoals bij sloeptuig, maar meer voorzeilen, dan noemen we dat kottergetuigd. Het aantal voorzeilen maakt dan niet uit, als het maar meer dan een is. Over het algemeen wordt alleen gekeken naar de zeilen die aan de wind gevoerd worden. Een sloepgetuigd wedstrijd jacht dat tijdens het spinakeren zijn fok laat staan wordt meestal toch sloepgetuigd genoemd.
Kottertuig komt vooral voor bij oudere werkschepen zoals viskotters en moderne zeegaande zeiljachten.
Twee en meer masten
Kitstuig
Een tweemaster waarvan de voorste mast langer is dat de achterste, maar waarbij het achterste zeil, de bezaan, wel een aanzienlijke bijdrage aan de vootstuwing levert, noemen we kitsgetuigd. De voorstuwing bij een kitsgetuigd jacht is evewichtig verdeeld over voorzeilen, grootzeil en bezaan. Hierdoor is dit tuig bijzonder handzaam. Het grootzeil is kleiner waardoor de krachten kleiner zijn. Snel reven kan door simpelweg het grootzeil te strijken en alleen op bezaan en voorzeil door te varen.
Dit type tuigage is met name bij zeezeilers erg populair. De handzaamheid vraagt wel een prijs in de vorm van snelheid en hoogte die het schip kan lopen. Hierdoor kom je het tuig op een modern wedstrijd jacht niet meer tegen.
Yawltuig
Is bij een tweemaster het achterste zeil in verhouding tot de andere zeilen klein en levert het slechts een kleine bijdrage aan de voorstuwing dan noemen we het yawl getuigd. Het achterste zeil, de druil, dient voornamelijk als stuurzeil. De achterste mast, druilmast, is klein en ver naar achteren geplaatst, meestal achter het roer. Bij veel wind zal de druil als eerste worden gestreken.
Schoenertuig
Schoenergetuigde schepen zijn meestal langsgetuigd. Bij een tweemaster met schoenertuig is de achterste mast langer dan de voorste mast. Het grootzeil hangt achter de achterste mast die ook wel grote mast heet. De voorste mast het de fokkemast.
Er zijn vele verschillende schoenertuigages. Ook met meer dan twee masten. Bij meer dan twee masten zijn meestal de middelste masten het hoogst of evenhoog als de achterste mast. De zeilen tussen de masten zijn soms gaffelzeilen, soms stagzeilen.
Van de het schoenertuig zijn varianten zoals topzeilschoeners (deze voert boven het 'normale tuig' een of meer vierkant getuigde razeilen aan de langere masten), gaffelschoeners (met gaffelzeilen), gaffeltopschoeners, stagzeilschoeners, torenzeilschoeners.
Brik
Een brik is een vierkant getuigd schip met twee masten die elk drie of meer razeilen boven elkaar dragen. De voorste mast heet de fokkemast. De achterste en meestal langste mast heet de grote mast.
Brigantijn
Een andere naam voor de brigantijn is schoenerbrik. Zoals deze naam laat zien heeft de brigantijn zowel iets van een schoener als van een brik.
De brigantijn heeft twee masten, de achterste (grote mast) langer dan de voorste. De grote mast is langsgetuigd, de fokkemast vierkant.
Bark
De bark (of barque) is een vierkant getuigd koopvaardijschip. Oorspronkelijk uitgerust met drie masten, later ook met vier en soms vijf masten. Alle masten zijn vierkant getuigd behalve de achterste (bezaanmast), die uit een lange ondermast bestaat en een lange streng waaraan respectievelijk een bezaan en een gaffeltopzeil kunnen worden gevoerd.
Barkentijn
Een barkentijn, ook wel schoenerbark genoemd, is een mengvorm van een schoener en een bark. Bij dit schip zijn de drie of meer masten langsgetuigd, behalve de voorste. De fokkemast is vierkant getuigd.
Fregat en Volschip
Een schip met drie of meer vierkant getuigde masten en geen langsgetuigde noemen we volschip. Een driemast volschip (van oorsprong alleen als het om een oorlogsschip ging) noemen we ook wel fregat.
Scheepstypes
inleiding
|
Bijna iedere zeiler is wel bekend met de polyvalk, zo ongeveer de standaard huur- en zeilschool boot van Nederland. Er is echter meer keus als je het water op wilt gaan. Door de jaren heen zijn er door vele ontwerpers zeer veel verschillende boten ontworpen.
Iedere zeiler kan dus afhankelijk van zijn specifieke wensen een boot kiezen die bij hem past. Eisen kunnen gesteld worden door vaarwater waar de boot geschikt voor moet zijn, denk aan diepgang, strijkbaarheid mast, veiligheid (groot water). Ook het aantal personen dat mee moet en de flexibiliteit daarin kan bepalend zijn voor de keuze. Persoonlijke wensen en beperkingen, de ene boot vergt meer van de bemanning dan de andere. Trailerbaarheid, is ook een veel gehoorde eis.
Naast al deze praktische voorwaarden waar een boot aan moet voldoen zijn er, zeker voor wedstrijdzeilers, ook andere eisen. Zoals, een sterk wedstrijdveld, veel wedstrijden, trimbaarheid (of juist niet), strikte eenheid of veel vrijheid.
Verder zijn er nog de prijs, degelijkheid en schoonheid van een boot die meetellen.
Ik heb hier een aantal bekende boten die op de Nederlandse wateren te vinden zijn beschreven. De lijst is bij lange na niet compleet. Ken je een boot goed die er niet bij staat, aarzel dan niet om hier een dergelijke beschrijving van te maken en die mij toe te sturen. Ik ontvang deze bijdragen graag om de site zo compleet mogelijk te maken. Ook ander aanvullende informatie is altijd welkom.
Zeilkleding
inleiding
|
Het plezier dat je aan zeilen beleeft is mede afhankelijk van het comfort waarmee dat gebeurt. Kou kan de pret aardig bederven.
Aan de andere kant weerhouden lage temperaturen veel zeilers ervan om in koudere tijden het water op te zoeken. Iets wat mijns inziens niet nodig is, mits goed gekleed. Kennis van de juiste zeilkleding maakt het mogelijk om de hele winter door comfortabel te zeilen.
Tevens wil ik laten zien dat goede en comfortabele kleding niet perse de hoofdprijs hoeven te kosten (hoewel.... goede kleding heeft wel een prijskaartje). Juist toepassen van de gedachte achter zeilkleding maakt dat je het warm kunt houden. Dure zeilpakken moeten zich vooral bewijzen op pasvorm, slijtvastheid en extrafunctionaliteit (voor zover nuttig)
Het 3 lagen systeem
Om comfortabel warm te blijven moet je kleding aan de volgende eisen voldoen:
- Het moet je droog houden
- Het moet isoleren voor de warmte
- Het moet winddicht zijn
Het drooghouden van de huid is essentieel voor de goede werking van de kleding. Hiervoor geldt niet alleen dat er geen regen of buiswater door de kleding naar binnen mag komen, maar ook dat vocht dat door zweet uit de huid komt niet op de huid blijft.
Met deze uitgangspunten is het zogenaamde 3 lagen systeem ontwikkeld voor zeilkleding. Het heeft niet veel zin om eindeloos truien aan te blijven trekken als je katoenen t-shirt klam is van het zweet. Ook een zeer duur zeilplak zal dan weinig uithalen.
De eerste laag van dit systeem is de thermische onderkleding. Deze laag wordt direct op de huid gedragen en dient ervoor om de huid droog te houden door eventueel zweet niet op te nemen. Ondanks het feit dat deze kleding erg dun aanvoelt is het veel beter dan een katoenen t-shirt.
De tweede laag draag je direct over de thermische onderkleding en zorgt voor de warmte. Dit kan door een goede trui en broek. Aan deze laag worden verder niet veel eisen gesteld, maar gebruik bijvoorkeur stof die geen water opneemt. Fleece heeft zich de laatste jaren bewezen als zeer geschikt voor deze laag.
De derde laag heeft het eigenlijk het makkelijkst. Deze moet er slechts voor zorgen dat er geen water van buiten naar binnen komt en er geen afkoeling door wind plaats vindt. Vreemd genoeg wordt er door velen juist aan deze laag kapitalen uitgegeven terwijl meestal het meest simpele zeilplak voldoet.
Een goede manier om kennis te maken met zeilen of om je vaardigheden verder uit te bouwen is het volgen van een zeilcursus.
Zeilcursussen worden verzorgd door diverse zeilscholen en verenigingen.
Voor (ver)gevorderde wedstrijdzeilers zijn er nog andere vormen van training, vaak georganiseerd door klasseverenigingen of het KNWV. Ook zijn er enkele wedstirjdtrainers die op individuele basis trainingen verzorgen. Hoe goed deze trainingen ook zijn, ze zijn niet geschikt voor beginnende zeilers, zeker niet voor toerzeilers.
Zeilen kan bijna iedereen leren. Leeftijd of zelfs een handicap hoeft geen probleem te zijn om te leren met een valk of andere kielboot een mooie tocht te maken. Wel zie je duidelijk verschil in motivatie om te leren zeilen. Waar kinderen en jongeren vaak vooral om de actie komen willen volwassenen meestal vooral een actieve vakantie en zo snel mogelijk zelfstandig leren zeilen. Het is belangrijk om bij de keuze van een opleiding met deze aspecten rekening te houden. De meeste zeilscholen richten zich op jongeren (meestal tot 18 jaar). Bijna standaard krijgen de jongste kinderen les in de optimist. Oudere kinderen krijgen les in spectaculaire zwaardboten (vaak splash of laser pico) of kielboot (meestal polyvalk). Volwassenen krijgen bijna altijd les op de polyvalk De meeste zeilscholen die zich op volwassenen richten bieden ook de mogelijkheid om les te nemen in een kleine kajuitboot.
Het voorgaande geldt voor zeilscholen op binnenwater, zoals in Friesland. Volwassenen kunnen ook kiezen voor zeilscholen die zich richten op grootwater zoals IJsselmeer of Noordzee. Vanzelfsprekend wordt er dan gevaren met daarvoor geschikte kajuitboten. Verder zijn er nog enkele zeilscholen die zich puur op catamaranzeilen richten.
Voor een beginnende zeiler is beste manier van leren zeilen is meestal een cursus bij een zeilschool. Zeilscholen bieden vaak de keuze tussen interne geheel verzorgde arrangementen (met eten en slapen op de zeilschool) of externe cursussen. De meeste Nederlandse zeilscholen zijn aangesloten bij het CWO (commissie watersport opleidingen). Verder onderscheiden de verschillende zeilscholen zich in sfeer en doelgroep (jeugd, volwassenen, gezinnen). Grote voordeel van de zeilscholen t.o.v. de verenigingen is dat door de meer professionele organisatie de instructeurs vaak beter zijn opgeleid en met name de meer gevorderde zeiler er meer kan leren.
Naast de professionele zeilscholen worden er ook cursussen aangeboden door verenigingen.
Bijna overal waar gezeild kan worden is wel een zeilvereniging of watersport vereniging te vinden. Vaak bieden deze verenigingen ook vaar opleidingen aan. Meestal alleen voor leden, soms in een constructie waarin je voor de cursus tijdelijk lid wordt.
De cursussen worden meestal gegeven door leden van de vereniging en richten zich meestal op de beginnende watersporter. Een aantal verenigingen is aangesloten bij het CWO.
Lessen bij een vereniging is vaak een relatief goedkope en toegankelijke manier om de beginselen van het zeilen onder de knie te krijgen of te onderhouden.
Een van de belangrijkste aspecten in het leren zeilen is om veel uren op het water te zitten. Goed zeilen leer je vooral door veel tochten te varen. Met name het varen door kanalen, het nemen van bruggen en andere zaken die je op een tocht tegen komt leveren op een natuurlijke manier de lessituaties die je leren een boot onder controle te houden en zelf te schipperen. Toch is het zeker in het begin van belang dit te doen onder begeleiding van een goede schipper. Dat dit voor de veiligheid van belang is spreekt voor zich. Het is echter ook van belang dat deze schipper gewend is om met onervaren mensen te varen en de randvoorwaarden kan scheppen om zelf veel te ervaren en te doen. Dit is een reden dat ik veel beginnende zeilers adviseer om naar een zeilschool te gaan en daar de nodige uren te maken. Vaak heb ik cursisten aan boord gehad die veel met vrienden meegezeild hebben maar nooit iets mochten doen. Als je eenmaal wat beter weet wat er op een boot gebeurt, dan is het varen met vrienden de ideale manier om de routine uit te bouwen.
De volgende stap in de zeilloopbaan is om doormiddel van meer routine te komen tot verantwoord zelfstandig kunnen zeilen. De praktijk leert dat mensen die twee keer een week zeilles hebben genomen afhankelijk van de leersnelheid onder gunstige omstandigheden dit zelfstandig kunnen. (CWO diploma 2)
Wil je meer leren (wie wil dat niet, je krijgt nu pas echt de smaak te pakken) dan gaat de stijl van de opleiding verschuiven van leren naar trainen. Voor het CWO 3 diploma, dat staat voor zelfstandig schipperen tot windkracht 6, ook op druk vaarwater, is veel routine nodig om reflexen te automatiseren. De trainer zal je begeleiden om je te leren uit complexere situaties te komen. Dit stelt ook hoge eisen aan de ervaring van de trainer (instructeur). Uiteindelijk is CWO 3 vaak het voorportaal van de instructeursopleiding en ga je daarna natuurlijk gewoon door voor CWO 4.
Al met al ziet het ideale leertraject er mijns inziens als volgt uit: Leg een basis door een week zeilschool te doen. Ga vervolgens routine opbouwen door met goed zeilende vrienden te varen. Kom nog eens een week of langweekend terug op de zeilschool. Na het behalen van CWO 2 is een keer per jaar een weekje zeilschool niet meer voldoende om verder te komen. Nu wordt het echt belangrijk routine op te bouwen door zelf te gaan varen. Trainingen op de zeilschool zijn dan zeer nuttig om nieuwe manoeuvres te leren en de puntjes op de i te zetten.
Cursussen bij zeilverenigingen zijn mijns inziens vooral nuttig om routine op te doen. Vooral handig als je niet veel zeilende vrienden hebt. Zonder bepaalde verenigingen te kort te willen doen is mijn ervaring dat vaak het niveau van de opleidingen daar (zeker kielboot) lager is. De meeste verenigingen hebben geen eigen instructeursopleiding en richten zich meer op jeugd- en wedstrijdzeilen.
Instructeur (worden)
Op een zeilschool komen twee groepen mensen. De ene groep wordt gevormd door de cursisten, de tweede door de instructeurs. Een goede zeilschool richt zich op beide groepen. Een goed opgeleide en enthousiaste instructeur zorgt voor een tevrede cursist.
De meeste instructeurs zien lesgeven als vakantie. Een goede zeilschool zorgt ervoor dat instructeurs met plezier terug blijven komen en met de collega instructeurs en cursisten een leuke week hebben.
Elke zeilschool heeft zijn eigen beleid voor het aannemen en opleiden van instructeurs. Echter omdat de meeste zeilscholen aangesloten zijn bij het CWO zie je wel veel overeenkomsten. Het CWO stelt eisen aan het opleidingsniveau en geeft de instructeursdiploma's uit.
iedere instructeur bij een CWO erkende vaarschool moet in de discipline waarin hij lesgeeft minimaal een instructeurscertificaat hebben om onder begeleiding les te mogen geven. Om zelfstandig les te mogen geven aan beginners en semi-gevorderden moet een instructeur in het bezit zijn van het instructeursdiploma A (Zi-A).
De opleiding tot Zi-A bestaat niet alleen uit goed leren zeilen. Ook leren lesgeven maken een belangrijk deel uit van de opleiding.
Instructeurs die in opleiding zijn voor Zi-A mogen indien de zeilvaardigheid op voldoende niveau is (minimaal CWO 3, maar veel zeilscholen eisen meer) onder begeleiding lesgeven. Dit hoort bij de opleiding. Het CWO stelt wel eisen aan het minimale aantal gediplomeerde instructeurs (Zi-A'ers en Zi-B'ers) die tijdens een week actief moeten zijn.
Enkele instructeurs gaan na het behalen van Zi-A door. Voor instructeurs met veel ervaring is het mogelijk om opgeleid te worden tot Zi-B en daarna eventueel tot Opleider. Een Zi-B mag zelfstandig gevorderde cursisten lesgeven en instructeurs trainen en begeleiden. Een opleider mag de eindverantwoordelijkheid hebben over een zeilschool met alles wat daarbij komt kijken. Denk hierbij aan opleidings en begeleidingsprogramma's.
Lees hier meer over de opleiding tot:
Instructeurscertificaat
Zi-A
Zi-B
CWO richtlijnen:
Kielboot (4, 5, Zi-A, Zi-B)
Windsurfen A/F/B (4, Zi-A, Zi-B)
Catamaran (4)
Kajuitboot (4)
Zeezeilen (4)
Zeilinstructeur A
Zelfstandig lesgeven aan beginnende en semi gevorderde cursisten
Om zelfstandig les te mogen geven op een CWO erkende zeilschool moet je minimaal in het bezit zijn van het instructeursdiploma A in de desbetreffende discipline. Het CWO op haar beurt eist weer dat tijdens een opleiding slechts een beperkt aantal instructeurs met slechts een instructeurscertificaat deel mag nemen. De opleiding tot Zi-A ziet er als volgt uit:
Eigenvaardigheid
Als eigenvaardigheidseis voor Zi-A geldt dat je COW IV moet hebben (theorie en praktijk).
De praktijk houdt in dat je onder alle omstandigheden verantwoordelijkheid over een boot en zijn bemanning kunt dragen. Hiertoe moeten basis technieken als schootvoering, wind orientatie, gijpen, overstag, man over boord manoeuvre en hogerwal uitstekend worden beheeerst. Verder moet het toepassen van de regelementen foutloos gaan en mag een lagerwal of ankermanoeuvre geen probleem zijn. Uiteraard is het leggen van een knoop of splits en het afmeren van een boot dan kinderspel voor je.
De meeste zeilscholen hebben hiervoor in april en oktober trainingsmogelijkheden.
De theorie die voor CWO IV beheerst moet worden bestaat uit een zeer goede kennis van het BPR, onderdelen en de koppels & krachten op een boot. Verder wordt er een ruime kennis verwacht van alles wat met met zeilen te maken heeft. Grofweg kun je zeggen dat je alles moet weten wat er in 'Het Zeilboek' (standaard leerboek bij de meeste zeilscholen - geschreven door F.P. Hoefnagels) staat.
Het behalen van CWO IV gaat middels een examen. De examen omstandigheden zijn door het CWO voorgeschreven en het examen mag worden afgenomen door een door het CWO erkende examinator.
Meestal zullen twee kandidaten tegelijk examen doen. per kandidaat duurt het examen 1 uur.
Kennis van methodiek en didactiek
Om goed les te kunnen geven is meer nodig dan alleen goed kunnen zeilen. Tijdens de opleiding tot Zi-A wordt ook aandacht besteed aan methodiek en didactiek.
Onder didactiek versta je grofweg de techniek van het lesgeven. Hieronder valt enige kennis van leerpsychologie en het bij de meeste instructeurs bekende 'Model van Van Gelder'. Methodiek is eigenlijk de uitwerking van een lesprogramma. Tijdens de opleiding word je geleerd hoe de methodiek bij die zeilschool in elkaar steekt en hoe je ermee om moet gaan.
Meestal wordt er een in een weekend buiten het seizoen een methodiek/didactiek weekend gehouden. Deelname aan dit weekend is dan onderdeel van de opleiding.
Lesgeef stage
Het derde onderdeel van de opleiding bestaat uit een lesgeefstage. Met deze stage kan worden begonnen als je in de ogen van de zeilschool over voldoende (zeil) vaardigheid beschikt. Vanuit het CWO is de eis minimaal CWO 3, maar veel zeilscholen leggen de lat hoger.
Tijdens je stage ga je lesgeven onder begeleiding van een ervaren instructeur (meestal Zi-B'er). De begeleiding zal meestal bestaan uit gesprekken, bijvoorbeeld om te evalueren hoe een dag verlopen is of hoe een goed lesprogramma samen te stellen. Verder zal een begeleider ook af en toe een dagdeel met je meevaren. Tijdens dit meevaren kan de begeleider jou laten lesgeven om zo een beeld van je lesgeven te vormen of zelf lesgeven om je een en ander te laten zien in de vorm van een voorbeeldles.
De lesgeefstage duurt bij de meeste mensen ca 5 a 6 weken. Dit is geen hard gegeven, afhankelijk van hoe het gaat schatten de begeleiders in wanneer het moment is om de stage af te ronden omdat het vertrouwen er is dat je zelfstandig verder kunt.
Wanneer CWO 4 gehaald is (theorie en praktijk), het methodiek/didactiek weekend gevolgt is en de stage is afgerond zal de zeilschool het instructeursdiploma A aanvragen en ben je gediplomeerd Zi-A.
|
onderkleding
De thermische onderkleding zorgt ervoor dat de huid droog blijft.
Tussenlaag
De isolerende tussenlaag houdt het lichaam warm
Het zeilpak
Beschermt het lichaam tegen water en wind
Muts
Hou het hoofd warm.
|
|