EHBO voor zeilers

inleiding in de EHBO

Inleiding

Aan boord van een schip is de schipper verantwoordelijk voor de veiligheid van schip en bemanning. Om die verantwoordelijkheid te kunnen dragen moet de schipper beschikken over de nodige vaardigheden. Ten eerste en belangrijkste een goede kennis van het zeilen om alles veilig en goed te laten verlopen. Echter ook voorbereid zijn op tegenslagen is een verantwoordlijkheid van de schipper. Vandaar dat ook enige kennis van EHBO tot de noodzakelijke bagage van iedere schipper moet behoren.

bij het samenstellen van deze lesstof is een selectie gemaakt uit de stof die 'Het Oranje Kruis' heeft samengesteld voor het eenheidsdiploma EHBO. Om aan te geven wat EHBO wel is en wat niet heeft 'het Oranje Kruis' de volgende definitie gehanteerd voor het begrip EHBO:
EHBO is de eerste hulp die - in afwachting van edskundige hulp - op verantwoorde wijze door een leek kan worden verleend bij een plotseling optredende stoornis in de gezondheidstoestand van een medemens.

Uit deze definitie valt op te maken dat bij ernstige ongevallen de EHBO'er optreedt als een leek op het gebied van de geneeskunde. Echter door verstandig toepassen van enkele simpele trucs en regels kan hij wel een belangrijke rol spelen in de totale hulpverlening.. Het doel van deze eerste hulp is het stabiliseren van het slachtoffer in afwachting van deskundige hulp.

De opzet van deze modulen is om enige praktische kennis over te dragen die van belang kan zijn voor een watersporter. Veel aandacht aan levensbedreigende situaties zal er niet worden besteed. Dit is een keuze omdat het ik dit medium niet geschikt acht voor om dergelijke vaardigheden over te dragen. Een opleidingscursus EHBO duurt meestal 12 keer 2 uur, daarin kan hier wel meer aandacht worden besteed. Wie meer wil leren van EHBO zal ik zeker aanraden om een officiele EHBO opleiding van het Oranje Kruis aangevuld met reannimatie te volgen.

Hoofdregels van de EHBO

Om als leek op een verantwoorde wijze eerste hulp te kunnen geven in geval van een acute ziekte of ongeval is het noodzakelijk dat de hulpverlener zelf niet in paniek raakt. Het is van belang kalm te blijven en snel inzicht te krijgen in de plotseling ontstane situatie. Hiertoe zijn vijf regels opgesteld die een hulpverlener moet opvolgen: De hoofdregels van de EHBO.

Deze regels zijn:

  1. Op gevaar letten
  2. Nagaan wat er is gebeurd; wat iemand mankeert
  3. Het slachtoffer gerust stellen
  4. Zorgen voor deskundige hulp
  5. Iemand helpen op de plaats waar hij ligt of zit

1 - Op gevaar letten

Je hebt al een slachtoffer, als je niet uitkijkt heb je er twee! Je mag dus nooit hulpverlenen als je jezelf of anderen daardoor in een gevaarlijke situatie brengt.

Pas als aan deze punten is voldaan kun je beginnen met hulp verlenen!

2 - Nagaan wat er gebeurd is; wat iemand mankeert

Bij het inroepen van deskundige hulp si goede informatie belangrijk. Probeer dus altijd zo snel mogelijk een goed beeld te krijgen van wat het slachtoffer mankeert. Dit kan door:

3 - Slachtoffer gerust stellen

Een slachtoffer heeft iemand nodig die hem opvangt. Naast het feit dat het voor het slachtoffer plezierig is om te merken dat hij kan rekenen op hulp kan het geruststellen van een slachtoffer in sommige gevallen zelfs levensreddend zijn!

4 - Zorgen voor deskundige hulp

Als je eerst hulp verleent ben je slechts een leek! Belangrijk is dat de deskundige hulpverlening zo snel mogelijk wordt gewaarschuwd. 112 (laten) bellen!
Wanneer 112 wordt gebeld, moet het volgende worden doorgegeven:

5 - Iemand helpen op de plaats waar hij ligt of zit

Als de plaats waar een slachtoffer zich bevindt geen gevaar oplevert, ga dan niet met hem slepen. Hierdoor kunnen ernstige complicaties worden veroorzaakt!
alleen als de omstandigheden (bijvoorbeeld verdrinkings-, brand- of explosiegevaar) dit noodzakelijk maken mag een slachtoffer worden vervoerd over de afstand die strikt noodzakelijk is.

Vitale functies

Bij het nagaan wat iemand mankeert moeten altijd eerst de vitale funcites worden gecontroleerden veiliggesteld. Is er een verstoring van een van de vitale funcites, dan is het slachtoffer in direct levensgevaar. Alle hulpverlening zal er dan op gericht zijn dit gevaar op te heffen.
De vitale functies zijn:
Bewustzijn Er wordt onderscheid gemaakt tussen: bij kennis, verminderd bewustzijn (slachtoffer siwel aanspreekbaar, maar kan niet helder een gesprek voeren), bewusteloos (slachtoffer reageert niet op aanspreken) en diep bewusteloos (slachtoffer reageert ook niet op pijnprikkel)
Circulatie Hieronder wordt de bloedsomloop verstaan. Deze kan worden verstoord door een tekort aan bloed (als gevolg van een verwonding) of door een hartritme stoornis.
Ademhaling De ademhaling kan aanwezig, bedreigd, belemmerd of afwezig zijn.

controle van de vitale funcites:

Bewustzijn:
Praten, pijnprikkel toedienen

Circulatie:
Polsslagader, halsslagader voelen.
N.B.: Iemand die geen circulatie heeft heeft ook geen ademhaling en is diep bewusteloos! Is iemand aanspreekbaar, dan is er per definitie circulatie.

Ademhaling:
Voelen: Hand op het middenrif