als iemand veel bloed heeft verloren kan hij in shock raken. Shock is het gevolg van een tekort aan circulerend bloed. Shock kan dus ook optreden als gevolg van inwendige verwondingen of een hartstilstand.
Shock is een levensbedreigende situatie!
Shock is een reactie van het lichaam om bij gebrek aan circulatie zo lang mogelijk de vitale functies in stand te houden. Alle andere lichaamsdelen zullen geen bloed meer krijgen.
Kenmerken van een shock:
Hulp die kan worden geboden:
Dus bij een verbranding eerst uitgebreid koelen. Minstens tien minuten onder lauw (ca 30 graden) stromend water, desnoods slootwater. Gaat het om grote oppevlakken, dan mag dit water niet te koud zijn. Als er langdurig met koud water wordt gekoeld, loopt het slachtoffer risico onderkoeld te raken.
Afhankelijk van de ernst van de brandwond moet het slachtoffer eventueel doorgestuurd worden naar een arts.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten brandwonden:
| eerste graads | De huid is rood, licht gezwollen en pijnlijk |
| Tweedegraads | De huid is rood, licht gezwollen en pijnlijk en de huid vertoont blaren. Gevaar bij dit soort verbrandingen is de kans op infectie, met name wanneer de blaren beschadigen. |
| Derdegraads | De huid is grauw wit (gekookt) of zwart (verbrand), heeft normale soepelheid en is pijnloos. Hier is spraken van dode huid. dit zal door het lichaam worden gezien als vreemd weefsel en worden afgestoten (ontsteking). Verder zal een derdegraads brandwond altijd gepaard gaan met tweede en eerste graads brandwonden. |
Eerste en kleine tweedegraads (kleiner dan ca 2 cm, in gezicht of op handen 1 cm) brandwonden hoeven niet door een arts te worden gezien. Grotere tweedegraads en alle derdegraads en zeer ernstige eerste graads brandwonden moeten wel doorverwezen worden naar een arts.
De eerste hulp bij brandwonden is altijd uitgebreid koelen. Tweede en derde graads brandwonden moeten vervolgens steriel worden afgedekt, bij voorkeur met metalline verband.
Botbreuken kunnen herkend worden aan de volgende kenmerken:
Botbreuken zullen altijd door een arts moeten worden behandeld.
Bij beenbreuken is het zelfs noodzakelijk om het slachtoffer per ambulance naar het ziekenhuis te laten vervoeren. De eerste hulp zal dan bestaan uit het bellen van de ambulance en het been voorzichtig ondersteunen. Met een beenbreuk moet voorzichtig worden omgegaan om een open beenbreuk te voorkomen. Een openbeenbreuk vertraagt het herstel enorm!
Een onderarm breuk kan worden ondersteund door van een driekante doek een mitella te maken. Doe dit echter nooit bij een bovenarm breuk of een sleutelbeen breuk. Bij dergelijke breuken kan er van de driekante doek beter een brede das gemaakt worden die uitsluitend de pols steunt en de elleboog vrij laat hangen. Hiermee wordt voorkomen dat de breuk in elkaar wordt gedrukt.