EHBO voor zeilers

Verwondingen en botbreuken

Uitwendige wonden

Kleine wondjes mag je zelf verzorgen. Moet een wond echter gehecht worden, dan moet je het slachtoffer doorsturen naar een arts. In dat geval mag je de wond niet ontsmetten! Alleen afdekken als dan nodig is.
Wondjes die je zelf behandeld moeten goed schoon zijn. Na het reinigen kunnen deze worden ontsmet met betadine jodium of sterilon. Schaafwonden zul je eerst stevig schoon moeten schrobben (tot bloedens toe!) Vervolgens zul je de wond moeten verbinden.
Verbinden kan, afhankelijk van het soort verwonding, met behulp van een pleister, een wondverband (steriel gaasje en een hydrofiele zwachtel of een snelverband) of een wonddrukverband(steriel gaasje of snelverband met daarover een laag synthetische watten en een cambric zwachtel) Wonddrukverbanden worden gelegd op slagaderlijke bloedingen om het bloeden te stoppen.
Om Slagaderlijke bloedingen te stoppen is het verder handing om een aantal drukpunten te kennen. Dit zijn plaatsen waar je een slagader tussen het hart en de wond tegen een bot dicht kunt drukken. De belangrijkste drukpunten zijn:

Shock

als iemand veel bloed heeft verloren kan hij in shock raken. Shock is het gevolg van een tekort aan circulerend bloed. Shock kan dus ook optreden als gevolg van inwendige verwondingen of een hartstilstand.
Shock is een levensbedreigende situatie!
Shock is een reactie van het lichaam om bij gebrek aan circulatie zo lang mogelijk de vitale functies in stand te houden. Alle andere lichaamsdelen zullen geen bloed meer krijgen.

Kenmerken van een shock:

Hulp die kan worden geboden:

Brandwonden

Voor brandwonden geld:

Eerst water, de rest komt later!


Dus bij een verbranding eerst uitgebreid koelen. Minstens tien minuten onder lauw (ca 30 graden) stromend water, desnoods slootwater. Gaat het om grote oppevlakken, dan mag dit water niet te koud zijn. Als er langdurig met koud water wordt gekoeld, loopt het slachtoffer risico onderkoeld te raken.
Afhankelijk van de ernst van de brandwond moet het slachtoffer eventueel doorgestuurd worden naar een arts.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten brandwonden:
eerste graads De huid is rood, licht gezwollen en pijnlijk
Tweedegraads De huid is rood, licht gezwollen en pijnlijk en de huid vertoont blaren. Gevaar bij dit soort verbrandingen is de kans op infectie, met name wanneer de blaren beschadigen.
Derdegraads De huid is grauw wit (gekookt) of zwart (verbrand), heeft normale soepelheid en is pijnloos. Hier is spraken van dode huid. dit zal door het lichaam worden gezien als vreemd weefsel en worden afgestoten (ontsteking). Verder zal een derdegraads brandwond altijd gepaard gaan met tweede en eerste graads brandwonden.

Eerste en kleine tweedegraads (kleiner dan ca 2 cm, in gezicht of op handen 1 cm) brandwonden hoeven niet door een arts te worden gezien. Grotere tweedegraads en alle derdegraads en zeer ernstige eerste graads brandwonden moeten wel doorverwezen worden naar een arts.

De eerste hulp bij brandwonden is altijd uitgebreid koelen. Tweede en derde graads brandwonden moeten vervolgens steriel worden afgedekt, bij voorkeur met metalline verband.

Botbreuk

Botbreuken kunnen herkend worden aan de volgende kenmerken:

Botbreuken zullen altijd door een arts moeten worden behandeld.
Bij beenbreuken is het zelfs noodzakelijk om het slachtoffer per ambulance naar het ziekenhuis te laten vervoeren. De eerste hulp zal dan bestaan uit het bellen van de ambulance en het been voorzichtig ondersteunen. Met een beenbreuk moet voorzichtig worden omgegaan om een open beenbreuk te voorkomen. Een openbeenbreuk vertraagt het herstel enorm!
Een onderarm breuk kan worden ondersteund door van een driekante doek een mitella te maken. Doe dit echter nooit bij een bovenarm breuk of een sleutelbeen breuk. Bij dergelijke breuken kan er van de driekante doek beter een brede das gemaakt worden die uitsluitend de pols steunt en de elleboog vrij laat hangen. Hiermee wordt voorkomen dat de breuk in elkaar wordt gedrukt.