CWO-diplomalijn Kielboot

Het verschil tussen kielboot en zwaardboot is niet de kiel of het zwaard maar of het schip kan planeren of niet. Planerende schepen vallen onder de discipline zwaardboot of jeugdzeilen, niet planerende zeilschepen vallen onder de discipline kielboot en of kajuit en zeezeilen. De discipline kielboot is opgedeeld in vijf niveaus:

Kielboot IV

Dit CWO-diploma kan alleen worden verkregen nadat er een examen is afgelegd onder toezicht van een erkend examinator. Het diploma zelf staat gelijk aan het Eigen Vaardigheidsniveau van de Zeilinstructeur-A-opleiding.
Diploma eisen

Kielboot V

Dit CWO-diploma kan alleen worden verkregen nadat er een examen is afgelegd onder toezicht van een erkend examinator bij een afrondingsweekend Het diploma zelf staat gelijk aan het Eigen Vaardigheidsniveau van de Zeilinstructeur-B-opleiding.
Diploma eisen

Richtlijnen voor toetsing

Instructeurs

De diplomering en examinering van vaartechnisch kader heeft de CWO gedelegeerd aan de Technische Commissie. De hiernavolgende informatie heeft betrekking op de opleiding en diplomering van vaarinstructeurs.

Niveaus, disciplines en erkenning

Voor het zeiltechnisch kader onderscheiden we een aantal niveaus. We hebben het hier dan over de kaderlijn binnen de CWO. Deze kaderopleidingsprogramma's worden erkend door het Ministerie van VWS.

Toelatingseisen instructeurs

Om te worden toegelaten tot een instructeursopleiding gelden de volgende voorwaarden:
Men mag aan een opleiding beginnen in het kalenderjaar dat men 17 jaar wordt en een redelijke tot goede vaardigheid en inzicht heeft in de volgende zaken:


Instructeurscertificaat ZI

Het instructeurscertificaat wordt uitgereikt aan de deelnemers van de ZI-A-opleiding, bij aanvang van de stageperiode. Het certificaat kan alleen worden aangevraagd door een erkende Opleider en is van toepassing voor instructeurs in spé die:

Op het instructeurspasje wordt bij de discipline Kielboot een c aangegeven. De opleiding bestaat uit minimaal 16 uur basisopleiding met als basisthema: lesgeven op het water.

Zeilinstructeur A

De opleiding tot zeilinstructeur A is bedoeld voor instructeurs van beginnende en semi- gevorderde zeilers. De opleiding ZI-A omvat in totaal 40 uur eigen vaardigheid, 10 uur theorie, 30 uur lesgeven. De stageperiode telt 40 uur onder begeleiding en 160 uur zelfstandig oefenen. Het ZI-A diploma wordt aangevraagd door een erkend Opleider en is van toepassing voor instructeurs die:

Op het instructeurspasje wordt bij de discipline Kielboot een A aangegeven. Tijdens de stage geeft de instructeur les aan beginners en half gevorderden (niveau I en II).

Zeilinstructeur B

Een zeilinstructeur B is bevoegd om les te geven aan beginnende en gevorderde zeilers alsmede aankomende zeilinstructeurs op te leiden resp. te begeleiden voor hun diploma ZI-A. De opleiding ZI-B omvat in totaal 39 uur theorie, 30 uur eigen vaardigheid. De stageperiode telt 80 uur lesgeven aan gevorderden, 80 uur begeleiding van zeilinstructeurs en 8 uur examineren. Het ZI-B diploma wordt aangevraagd door een erkend Opleider en is van toepassing voor instructeurs die:

Op het instructeurspasje wordt bij de discipline Kielboot een B aangegeven.

Opleider

Om Opleider te worden moet men in elk geval het diploma ZI-B hebben. Daarna dient men een Opleiderscursus te volgen. Deze cursus bestaat uit:

Erkenning van Opleiders geschiedt door de TC op advies van de cursusstaf, nadat de Opleiderscursus met goed gevolg is doorlopen. Deze erkenning blijft geldig zolang:

Op het instructeurspasje wordt bij de discipline Kielboot een O aangegeven. Tijdens de Opleiderscursus is men vooral bezig met het ontwikkelen van instructeurs- opleidingen, het innoveren op de zeilschool, de jaarplanningen en de continuïteit.

Stages voor de opleiding ZI-A en ZI-B

Een stage heeft ten doel voldoende ervaring op te bouwen in lesgeven op het aangegeven terrein. Een stage valt onder de verantwoordelijkheid van een erkend Opleider. Dat geldt ook voor de afronding. Een stage kan eventueel verkort worden als het vereiste ervaringsniveau eerder is bereikt.

Kruisverbanden

Als in een bepaalde discipline al één van de kaderniveaus is behaald, is het vaak mogelijk om een kaderopleiding in een andere discipline versneld te doorlopen.

Opleiding en examen

Zoals uit de voorgaande informatie blijkt, is de opleiding tot zeilinstructeur zeer praktijkgericht. Dat blijkt extra uit het feit dat je zo'n opleiding moet volgen bij een CWO-erkende vaarschool.
De examens voor de eigen vaardigheidsniveaus IV en V worden altijd aangemeld bij de TC en de CWO, opdat er, ter bewaking en handhaving van het niveau, een externe examinator of gecommitteerde/gedelegeerde bij aanwezig kan zijn.

Kosten

Consequentie van het feit dat de opleidingen worden georganiseerd door, en gegeven bij de verschillende vaarscholen, is dat data, duur en ook kosten per vaarschool nogal kunnen variëren.

Aanmelding en inlichtingen

Wil je een zeilopleiding volgen of zeilinstructeur worden dan kun je je het beste aanmelden bij een CWO-erkende vaarschool. Een lijst van deze vaarscholen kun je opvragen bij het CWO-secretariaat of op internet. Het verdient aanbeveling enkele vaarscholen te benaderen (in elk geval meer dan één) en om inlichtingen te vragen met betrekking tot opleidingsdata, duur en kosten. Je hebt dan tenminste vergelijkings-materiaal.

Schip en uitrusting

Teneinde kielbootopleidingen in het kader van de CWO-lijn te mogen verzorgen, dienen schip en uitrusting aan minimale normen te voldoen.
Het schip moet schoon en goed onderhouden zijnen voorzien zijn van de volgende inventaris:

  1. Complete tuigage.
  2. Zeilbandjes (andere inrichtingen om het zeil bij de giek te houden in gestreken toestand zijn ook goed).
  3. Reefinrichting voor het grootzeil. Tenminste 3/8 deel van het oppervlak moet kunnen worden weggenomen.
  4. Stormfok of een reefinrichting voor de fok.
  5. Kraanlijn.
  6. De mogelijkheid om varend te hozen.
  7. Op het voorschip en op het achterschip moet een voldoende sterk sleeppunt aanwezig zijn.
  8. Lijn voor landvast, sleep- en ankerlijnfuncties met een (aan elkaar gestoken) lengte van in totaal 40 meter.
  9. Meerpen.
  10. Twee losse stootkussens met voldoende lijn.
  11. Dweil of iets dergelijks.
  12. Mist- en scheepshoorn.
  13. Vaarboom en/of peddel (afhankelijk van vaargebied).
  14. Deugdelijk anker met bijbehorende dagtekens voor gebruik gereed. Bij voorkeur met kettingvoorloop.
  15. Kleine eenvoudige verbandtrommel.
  16. Per opvarende een zwemvest.
  17. Windvaan.
  18. Klemmen, klampen of lieren voor de fokkeschoten.

Aanbevolen inventaris voor het instructievaartuig

  1. Mik, schaar of stoeltje.
  2. Strijkbare mast.
  3. Oefenmateriaal (bijvoorbeeld een te verankeren merkteken)
  4. Enig gereedschap.
  5. Afvalopbergmogelijkheid.
  6. Reservemateriaal zoals harpsluiting, extra lijntjes etc.
  7. De bevestiging van de fok aan de schoot (niet met een harpje).
  8. Spruitloperborglijn.
  9. Kraanlijnbevestiging boven in de mast of een dubbele kraanlijn.
  10. Binnen- of buitenboordmotor.