CWO-diploma Motorboot III

Het CWO-diploma Motorboot III wordt uitgereikt aan personen die blijk hebben gegeven de onderdelen onder alle omstandigheden (wind tot en met 6 Beaufort) op het IJsselmeer en de Oosterschelde te beheersen, varende met een motorkruiser. Alle vaarmanoeuvres dienen ook alleen, zonder bemanning, te kunnen worden uitgevoerd.
Men beschikt over de theoretische kennis die gelijk staat aan het Vaarbewijs 2.
Men functioneert als schipper van een motorjacht en kan onder deze omstandigheden verantwoord en veilig varen en manoeuvreren. Daarnaast kan men leiding geven aan de bemanning en zelfstandig navigeren. Hij of zij draagt onder alle omstandigheden de eindverantwoordelijkheid voor schip en bemanning, ook in juridische zin.
Voor de Waddenzee, de Zeeuwse stromen en het Eems-/Dollardgebied kan men als uitbreiding apart examen doen in de extra module 'Varen op getijdewater'. Het examen vindt plaats in dit vaargebied.

Eisen en toelichting voor het CWO-diploma Motorboot III

Men moet kunnen manoeuvreren op de motor in alle omstandigheden, ook als men alleen aan boord is. In lastige situaties kan men alternatieven aangeven en uitvoeren. Het schip is te allen tijde onder controle. Ook op motorschepen waarop men weinig ervaring heeft. Het diploma CWO-Mb III wordt afgegeven voor het omschreven gebied. Van de extra module 'Varen op getijdewater' wordt apart aantekening op het diploma gemaakt.
De theoretische eisen zijn de eisen van Vaarbewijs 2, aangevuld met een aantal andere eisen. Naast de eisen zoals genoemd bij de diploma's Mb I en Mb II worden de volgende vaardigheden verondersteld beheerst te worden.

Eisen praktijk

  1. Controle schip, motor en (veiligheids)uitrusting.
  2. Leidinggeven aan de bemanning.
  3. Manoeuvreren.
  4. Drenkeling veilig aan boord krijgen en behandelen.
  5. Onbeheerd achterlaten.
  6. Ankeren.
  7. Navigatie en meteo op niveau Vaarbewijs 2, zelfstandig navigeren.
  8. Elektronische navigatie-instrumenten.
  9. Tochtvoorbereiding.
  10. Bunkeren: voorschriften, maatregelen.
  11. Vlagvoering, brandstof en scheepspapieren.
  12. Gebruik van de marifoon.
  13. Slepen en gesleept worden.
  14. Motortechniek.

Extra module (facultatief)

  1. Varen op getijdewater.

Eisen theorie, aangevuld met:

  1. Eisen gelijk aan Vaarbewijs 2.
  2. Drenkeling aan boord.
  3. Beginselen EHBO, omgaan met zeeziekte.
  4. Calamiteiten.
  5. Scheepvaartreglement Territoriale zee.
  6. Techniek.
  7. Waterdichtheid schip.
  8. Elektronische navigatie-instrumenten.
  9. Marifooncertificaat.

Toelichting praktijkeisen

Alle onderdelen zoals beschreven bij de diploma's Motorboot I & II dienen zelfstandig (en foutloos) te kunnen worden uitgevoerd.
1.

Controle schip, motor en (veiligheids-)uitrusting

Onder- en bovendeks, motor en (veiligheids-)uitrusting. Controle op het veilig functioneren van structurele onderdelen van het schip en voortstuwingsmiddelen, bereikbaarheid en functionaliteit van de veiligheidsuitrusting.
2.

Leiding geven aan de bemanning

Duidelijke commandovoering tijdens voorbereiding en uitvoering van de manoeuvre, inzet van de bemanning op de juiste manier (ook met relatief onervaren bemanning kunnen varen).
3.

Manoeuvreren

Tijdens het examen zal het accent liggen op het alleen varen. Alle manoeuvres als bij Mb II kunnen getoetst worden. Daarbij het kunnen toepassen van krachten en effecten bij het manoeuvreren op de motor bij bruggen, sluizen en havens en omgaan met druk scheepvaartverkeer. Bekend zijn met de problematiek van grote en zeer grote schepen en hieraan voortijdig de voorgenomen handeling kenbaar kunnen maken (hoorn, licht of marifoon).
4.

Drenkeling veilig aan boord krijgen en behandelen

Weten hoe te handelen bij het aan boord brengen van een drenkeling die lang in het water heeft gelegen en de mogelijkheden die hiertoe aanwezig zijn te benutten, alsmede de nabehandeling van de drenkeling.
5.

Onbeheerd achterlaten, ook aan een kademuur op getijdewater (stalling)

Voorzorgen treffen i.v.m. het rijzen en dalen van het schip, lange trossen en springen, maatregelen tegen het doorschavielen etc.
6.

Ankeren

Kunnen ankeren in de laag en met hekanker afmeren in havens. Daarnaast ankermanoeuvres aan lager wal uit kunnen voeren en het schip (indien nodig) met behulp van het anker kunnen keren. Aanleggen op steigers of kademuren met behulp van een hekanker of een tweede anker.
7.

Navigatie en meteo

In staat zijn om zelfstandig te navigeren (op het niveau Vaarbewijs 2). Het kunnen gebruiken van alle soorten almanakken en waterkaarten zoals in gebruik voor de binnenwateren. Koersen kunnen berekenen en uitzetten, rekening houdend met variatie, deviatie, drift en stroom. Waterstanden kunnen berekenen. Met behulp van zichtpeilingen een positie kunnen bepalen en in de kaart kunnen zetten. In staat zijn om de aanwezige navigatie-apparatuur te controleren op fouten.
8.

Elektronische navigatie-instrumenten

Getoonde gegevens kunnen gebruiken voor de navigatie. Bekend zijn met mogelijke miswijzing van deze instrumenten. ((D-)GPS, log, dieptemeter, elektronische zeekaart, kaartplotter, radar. Voor al deze instrumenten geldt dat ze gebruikt kunnen worden op het moment dat ze aan boord zijn).
9.

Tochtvoorbereiding

Een tocht kunnen plannen op binnenwater en kustwater. Hierbij rekening houdend met alle aanwezige obstakels, zoals bruggen, sluizen, ondiepten, drukke scheepvaartroutes en gebieden met zware stromingen. Zelfstandig onbekende havens kunnen aanlopen. Aandacht besteden aan de voorzorgsmaatregelen op het gebied van de veiligheid (denk aan aanlijnen, reddingsvesten, persoonlijke noodsignalen).
10.

Bunkeren: voorschriften, te nemen maatregelen

Op de hoogte zijn van de diverse aandachtspunten: tankcapaciteit, ontluchting, beluchting, voorkomen van overloop, gasflessen verwisselen, veiligheidsaspecten.
11.

Vlagvoering (Almanak voor Watertoerisme, deel 1)

Diverse seinvlaggen van BPR en BVA. Vlagvoering volgens de jachtetiquette.
12.

Gebruik van de marifoon

Bekend zijn met de functies van de noodkanalen en de aanroepprocedures.
13.

Slepen en gesleept worden

Zie ook CWO-Mb II. Een schip kunnen los slepen of gewoon slepen waarbij de bevestiging van de sleeptros op een veilige plaats gebeurt. Een veilige sleepmethode kunnen kiezen, rekening houdend met vaarwater, soort schepen en omstandigheden.
14.

Motortechniek

Kunnen uitvoeren:
  • V-snaar en indien aanwezig de impeller vervangen.
  • Wierpot schoonmaken.
  • Onderhoud accu (gedestilleerd water en opladen).
  • Zekeringen vervangen.
  • Klein onderhoud aan de diverse systemen.

Extra module (facultatief)

15.

Varen op getijdewater

De kandidaat moet met behulp van kaarten en almanakken de weg kunnen vinden. Geëxamineerd worden o.a. het uitzetten en varen van een tocht, het nemen van een wantij, de aanloop van een 'vreemde' haven, droogvallen. Hij/zij dient bij de planning en manoeuvres rekening te houden met de aanwezige getijstroom. Het nemen van bruggen en sluizen zijn ook onderdeel van het examenprogramma voor deze module.

Toelichting op de theorie-eisen

1.

De eisen van Vaarbewijs 2

2.

Drenkeling aan boord

Alternatieven aan kunnen geven hoe een drenkeling weer aan boord te krijgen. Inzicht in de onderkoelingsproblematiek en aan kunnen geven hoe deze te behandelen.
3.

Beginselen EHBO

Basiskennis EHBO; eenvoudige diagnose kunnen stellen, kwetsuren kunnen beschrijven. Omgaan met zeeziekte.
4.

Calamiteiten

Kunnen aangeven hoe bij diverse calamiteiten te handelen: stuurloos, motorloos, storingen etc. Een lijst van noodzakelijke en gewenste uitrusting kunnen samenstellen om bij diverse calamiteiten problemen op te lossen.
5.

Scheepvaartreglement Territoriale zee (Almanak voor Watertoerisme, deel 1)

Art 1Toepassingsgebied.
Art 2Begripsbepalingen.
Art 3Verantwoordelijkheid.
Art 4Voorzorgsmaatregelen.
Art 5Meld-, uitluister- en communicatieplicht.
Art 6Medelingsplicht.
Art 8Voor anker gaan.
Art 9Bescherming van verkeerstekens.
Art 10Radarreflector.
Art 11Verkeersaanwijzingen.
Art 12Evenementen.
Art 15Vaststellen van verkeerstekens.
Art 16Opvolgen van en rekening houden met verkeerstekens en bekendmakingen met dezelfde strekking als verkeerstekens.
Art 19Aan toestemming te verbinden voorschriften.
Art 20Strafbepaling.
6.

Techniek

Kennis van:
  • Invloed van: groot/klein roer. balans/geen balans roer.
  • Diverse stuurinrichtingssystemen.
  • Het brandstof- en koelwatersysteem; hoe lopen de leidingen, waar zitten de filters, hoe te controleren op defecten etc.
  • Elektrische systeem, tekening kunnen lezen, accu's, walstroom etc.
Kunnen uitvoeren:
  • V-snaar en indien aanwezig de impeller vervangen.
  • Wierpot schoonmaken.
  • Onderhoud accu (gedestilleerd water en opladen).
  • Zekeringen vervangen.
  • Klein onderhoud aan de diverse systemen.
7.

Waterdichtheid schip

Inzicht in kwetsbare plaatsen in onderwaterschip, bekend zijn met plaats van de onderwater-afsluiters. Weten hoe de waterdichtheid van het schip te vergroten in verband met naderen slecht weer, etc.
8.

Elektronische navigatie-instrumenten

Werking en principes van de aan boord zijnde navigatiesystemen kunnen uitleggen.
9.

Marifooncertificaat

Men moet het marifooncertificaat kunnen overleggen. Er wordt gelet op het juist gebruik van de gesprekdisciplinen met betrekking tot. het marifoonverkeer en de verkeersbegeleidingssystemen. (ook in het Engels).