Dit diploma is bedoeld voor personen, die blijk hebben gegeven onderstaande functies te kunnen uitvoeren als 'Dayskipper'* op een zeegaand jacht en die onder omstandigheden tot 6 Beaufort zelfstandig veilig en verantwoord kunnen varen, manoeuvreren en navigeren op dagtochten langs de kust. Hij/zij moet daarbij leiding kunnen geven aan de bemanning aan dek en zelfstandig kunnen navigeren. De vereiste ervaring voor dit diploma is 750 mijl, waarvan 250 mijl na het behalen van het diploma Zeezeilen II. Deze ervaring moet aannemelijk gemaakt kunnen worden.
| 1. | Volledige controle van schip en (veiligheids)uitrustingControle op het veilig functioneren van staand en lopend want, structurele onderdelen van het schip en voortstuwingsmiddelen, bereikbaarheid en functionaliteit van de veiligheidsuitrusting. |
| 6. | Trimmen van zeilen, staand- en lopend wantZorgdragen voor een correcte stand van de zeilen, alsmede trim van voor-,onder- en achterlijk en gebruik van de overloop en hekstag. |
| 7. | Leiding geven aan de bemanningDuidelijke commandovoering tijdens voorbereiding en uitvoering van de manoeuvre. Inzet van de bemanning op de juiste manier. |
| 12. | Aankomen aan en afvaren van lager wal op de motorAanleggen op een lager walsteiger door gebruik te maken van de wind en het afvaren hiervan d.m.v. het gebruik van achterspring of voorspring. |
| 13. | Drenkeling bij man over boord veilig aan boord krijgen en behandelenWeten hoe te handelen bij het aan boord brengen van een drenkeling die lang in het water heeft gelegen alsmede de nabehandeling van de drenkeling. |
| 17. | Ankeren in de laag, met hekanker kunnen afmeren in havensAnkermanoeuvres aan lager wal uit kunnen voeren op zowel motor als zeil en het schip eventueel kunnen keren. Aanleggen op steigers of kademuren met behulp van een hekanker of een tweede anker. |
| 20. | Manoeuvreren op de motor bij bruggen, sluizen en havens en omgaan met druk scheepvaartverkeerBekend zijn met de problematiek van grote schepen en zeer grote schepen en hieraan voortijdig de voorgenomen handeling kenbaar kunnen maken. |
| 21. | Slepen en gesleept wordenEen schip kunnen losslepen of gewoon slepen en de sleeptros bevestigen op een veilige plaats. |
| 22. | Gebruik elektronische navigatie-apparatuurOm kunnen gaan met de aanwezige navigatie-apparatuur (bijv. Decca, LoranC, GPS) en de gegevens hiervan op de juiste manier kunnen interpreteren en in logboek en kaart kunnen verwerken. |
| 23. | Navigatie en meteo op het niveau TKN
|
| 24. | Praktische bediening marifoon voor nautische doeleinden (ook in het Engels)Bekend zijn met de functies van de noodkanalen en de aanroepprocedures ook voor kuststations en schepen onderling kunnen deelnemen aan verkeersbe-geleidingssystemen. |
| 25. | TochtvoorbereidingZelfstandig aanlopen van havens, nachtzeilen.Een tocht kunnen plannen over zee, rekening houdende met alle aanwezige obstakels, zoals ondiepten, drukke scheepvaartroutes en gebieden met zware stromingen. Nachttochten waarbij extra aandacht wordt besteed aan de voorzorgsmaatregelen op het gebied van de veiligheid. |
| 30. | ZeemanschapIn de ruimste zin van het woord. |
Het examen Theoretische Kust Navigatie wordt tweemaal per jaar afgenomen. Eénmaal na afloop van het winterseizoen (april/mei) en éénmaal na afloop van het zomerseizoen (november).
Exameneisen:
Meer informatie over de exameneisen, opleidingsmogelijkheden, examendata en tarieven kunt u verkrijgen bij het KNWV, Postbus 87, 3980 CB Bunnik, tel.:030-6566564, fax: 030-6564783, e-mail: info@knwv.nl, internet: www.knwv.info.