Een goede manier om kennis te maken met zeilen of om je vaardigheden verder uit te bouwen is het volgen van een zeilcursus.
Zeilcursussen worden verzorgd door diverse zeilscholen en verenigingen.
Voor (ver)gevorderde wedstrijdzeilers zijn er nog andere vormen van training, vaak georganiseerd door klasseverenigingen of het KNWV. Ook zijn er enkele wedstirjdtrainers die op individuele basis trainingen verzorgen. Hoe goed deze trainingen ook zijn, ze zijn niet geschikt voor beginnende zeilers, zeker niet voor toerzeilers.
Zeilen kan bijna iedereen leren. Leeftijd of zelfs een handicap hoeft geen probleem te zijn om te leren met een valk of andere kielboot een mooie tocht te maken. Wel zie je duidelijk verschil in motivatie om te leren zeilen. Waar kinderen en jongeren vaak vooral om de actie komen willen volwassenen meestal vooral een actieve vakantie en zo snel mogelijk zelfstandig leren zeilen. Het is belangrijk om bij de keuze van een opleiding met deze aspecten rekening te houden. De meeste zeilscholen richten zich op jongeren (meestal tot 18 jaar). Bijna standaard krijgen de jongste kinderen les in de optimist. Oudere kinderen krijgen les in spectaculaire zwaardboten (vaak splash of laser pico) of kielboot (meestal polyvalk). Volwassenen krijgen bijna altijd les op de polyvalk De meeste zeilscholen die zich op volwassenen richten bieden ook de mogelijkheid om les te nemen in een kleine kajuitboot.
Het voorgaande geldt voor zeilscholen op binnenwater, zoals in Friesland. Volwassenen kunnen ook kiezen voor zeilscholen die zich richten op grootwater zoals IJsselmeer of Noordzee. Vanzelfsprekend wordt er dan gevaren met daarvoor geschikte kajuitboten. Verder zijn er nog enkele zeilscholen die zich puur op catamaranzeilen richten.
Voor een beginnende zeiler is beste manier van leren zeilen is meestal een cursus bij een zeilschool. Zeilscholen bieden vaak de keuze tussen interne geheel verzorgde arrangementen (met eten en slapen op de zeilschool) of externe cursussen. De meeste Nederlandse zeilscholen zijn aangesloten bij het CWO (commissie watersport opleidingen). Verder onderscheiden de verschillende zeilscholen zich in sfeer en doelgroep (jeugd, volwassenen, gezinnen). Grote voordeel van de zeilscholen t.o.v. de verenigingen is dat door de meer professionele organisatie de instructeurs vaak beter zijn opgeleid en met name de meer gevorderde zeiler er meer kan leren.
Naast de professionele zeilscholen worden er ook cursussen aangeboden door verenigingen.
Bijna overal waar gezeild kan worden is wel een zeilvereniging of watersport vereniging te vinden. Vaak bieden deze verenigingen ook vaar opleidingen aan. Meestal alleen voor leden, soms in een constructie waarin je voor de cursus tijdelijk lid wordt.
De cursussen worden meestal gegeven door leden van de vereniging en richten zich meestal op de beginnende watersporter. Een aantal verenigingen is aangesloten bij het CWO.
Lessen bij een vereniging is vaak een relatief goedkope en toegankelijke manier om de beginselen van het zeilen onder de knie te krijgen of te onderhouden.
Een van de belangrijkste aspecten in het leren zeilen is om veel uren op het water te zitten. Goed zeilen leer je vooral door veel tochten te varen. Met name het varen door kanalen, het nemen van bruggen en andere zaken die je op een tocht tegen komt leveren op een natuurlijke manier de lessituaties die je leren een boot onder controle te houden en zelf te schipperen. Toch is het zeker in het begin van belang dit te doen onder begeleiding van een goede schipper. Dat dit voor de veiligheid van belang is spreekt voor zich. Het is echter ook van belang dat deze schipper gewend is om met onervaren mensen te varen en de randvoorwaarden kan scheppen om zelf veel te ervaren en te doen. Dit is een reden dat ik veel beginnende zeilers adviseer om naar een zeilschool te gaan en daar de nodige uren te maken. Vaak heb ik cursisten aan boord gehad die veel met vrienden meegezeild hebben maar nooit iets mochten doen. Als je eenmaal wat beter weet wat er op een boot gebeurt, dan is het varen met vrienden de ideale manier om de routine uit te bouwen.
De volgende stap in de zeilloopbaan is om doormiddel van meer routine te komen tot verantwoord zelfstandig kunnen zeilen. De praktijk leert dat mensen die twee keer een week zeilles hebben genomen afhankelijk van de leersnelheid onder gunstige omstandigheden dit zelfstandig kunnen. (CWO diploma 2)
Wil je meer leren (wie wil dat niet, je krijgt nu pas echt de smaak te pakken) dan gaat de stijl van de opleiding verschuiven van leren naar trainen. Voor het CWO 3 diploma, dat staat voor zelfstandig schipperen tot windkracht 6, ook op druk vaarwater, is veel routine nodig om reflexen te automatiseren. De trainer zal je begeleiden om je te leren uit complexere situaties te komen. Dit stelt ook hoge eisen aan de ervaring van de trainer (instructeur). Uiteindelijk is CWO 3 vaak het voorportaal van de instructeursopleiding en ga je daarna natuurlijk gewoon door voor CWO 4.
Al met al ziet het ideale leertraject er mijns inziens als volgt uit: Leg een basis door een week zeilschool te doen. Ga vervolgens routine opbouwen door met goed zeilende vrienden te varen. Kom nog eens een week of langweekend terug op de zeilschool. Na het behalen van CWO 2 is een keer per jaar een weekje zeilschool niet meer voldoende om verder te komen. Nu wordt het echt belangrijk routine op te bouwen door zelf te gaan varen. Trainingen op de zeilschool zijn dan zeer nuttig om nieuwe manoeuvres te leren en de puntjes op de i te zetten.
Cursussen bij zeilverenigingen zijn mijns inziens vooral nuttig om routine op te doen. Vooral handig als je niet veel zeilende vrienden hebt. Zonder bepaalde verenigingen te kort te willen doen is mijn ervaring dat vaak het niveau van de opleidingen daar (zeker kielboot) lager is. De meeste verenigingen hebben geen eigen instructeursopleiding en richten zich meer op jeugd- en wedstrijdzeilen.