Zeilinstructeur A

Zelfstandig lesgeven aan beginnende en semi gevorderde cursisten

Om zelfstandig les te mogen geven op een CWO erkende zeilschool moet je minimaal in het bezit zijn van het instructeursdiploma A in de desbetreffende discipline. Het CWO op haar beurt eist weer dat tijdens een opleiding slechts een beperkt aantal instructeurs met slechts een instructeurscertificaat deel mag nemen. De opleiding tot Zi-A ziet er als volgt uit:

Eigenvaardigheid

Als eigenvaardigheidseis voor Zi-A geldt dat je COW IV moet hebben (theorie en praktijk).
De praktijk houdt in dat je onder alle omstandigheden verantwoordelijkheid over een boot en zijn bemanning kunt dragen. Hiertoe moeten basis technieken als schootvoering, wind orientatie, gijpen, overstag, man over boord manoeuvre en hogerwal uitstekend worden beheeerst. Verder moet het toepassen van de regelementen foutloos gaan en mag een lagerwal of ankermanoeuvre geen probleem zijn. Uiteraard is het leggen van een knoop of splits en het afmeren van een boot dan kinderspel voor je.
De meeste zeilscholen hebben hiervoor in april en oktober trainingsmogelijkheden.

De theorie die voor CWO IV beheerst moet worden bestaat uit een zeer goede kennis van het BPR, onderdelen en de koppels & krachten op een boot. Verder wordt er een ruime kennis verwacht van alles wat met met zeilen te maken heeft. Grofweg kun je zeggen dat je alles moet weten wat er in 'Het Zeilboek' (standaard leerboek bij de meeste zeilscholen - geschreven door F.P. Hoefnagels) staat.

Het behalen van CWO IV gaat middels een examen. De examen omstandigheden zijn door het CWO voorgeschreven en het examen mag worden afgenomen door een door het CWO erkende examinator.
Meestal zullen twee kandidaten tegelijk examen doen. per kandidaat duurt het examen 1 uur.

Kennis van methodiek en didactiek

Om goed les te kunnen geven is meer nodig dan alleen goed kunnen zeilen. Tijdens de opleiding tot Zi-A wordt ook aandacht besteed aan methodiek en didactiek.
Onder didactiek versta je grofweg de techniek van het lesgeven. Hieronder valt enige kennis van leerpsychologie en het bij de meeste instructeurs bekende 'Model van Van Gelder'. Methodiek is eigenlijk de uitwerking van een lesprogramma. Tijdens de opleiding word je geleerd hoe de methodiek bij die zeilschool in elkaar steekt en hoe je ermee om moet gaan.
Meestal wordt er een in een weekend buiten het seizoen een methodiek/didactiek weekend gehouden. Deelname aan dit weekend is dan onderdeel van de opleiding.

Lesgeef stage

Het derde onderdeel van de opleiding bestaat uit een lesgeefstage. Met deze stage kan worden begonnen als je in de ogen van de zeilschool over voldoende (zeil) vaardigheid beschikt. Vanuit het CWO is de eis minimaal CWO 3, maar veel zeilscholen leggen de lat hoger.
Tijdens je stage ga je lesgeven onder begeleiding van een ervaren instructeur (meestal Zi-B'er). De begeleiding zal meestal bestaan uit gesprekken, bijvoorbeeld om te evalueren hoe een dag verlopen is of hoe een goed lesprogramma samen te stellen. Verder zal een begeleider ook af en toe een dagdeel met je meevaren. Tijdens dit meevaren kan de begeleider jou laten lesgeven om zo een beeld van je lesgeven te vormen of zelf lesgeven om je een en ander te laten zien in de vorm van een voorbeeldles.
De lesgeefstage duurt bij de meeste mensen ca 5 a 6 weken. Dit is geen hard gegeven, afhankelijk van hoe het gaat schatten de begeleiders in wanneer het moment is om de stage af te ronden omdat het vertrouwen er is dat je zelfstandig verder kunt.


Wanneer CWO 4 gehaald is (theorie en praktijk), het methodiek/didactiek weekend gevolgt is en de stage is afgerond zal de zeilschool het instructeursdiploma A aanvragen en ben je gediplomeerd Zi-A.